Er kan niet genoeg gewezen worden op dit alleraardigste tijdschrift - Elsbeth Etty

De Parelduiker 2016/5

Pointl & Stoute

Inhoud

Frans Pointl & René Stoute
‘Net als de figuren in de meeste van mijn verhalen ben ik een  einzelgänger,’ schreef René Stoute aan Frans Pointl. Dat geldt net zo goed voor de ontvanger van de brief, want ook Pointl was een solist. De nog maar net gedebuteerde schrijvers vonden elkaar in het individualisme, zo blijkt uit de briefwisseling, hier bezorgd door Pointl- en Stoute-biograaf David de Poel. Maar anders dan je op grond van hun voorkomen zou verwachten – Stoute was een stoere, getatoeëerde bink, Pointl een schichtige, mensenschuwe meneer – waren er tal van overeenkomsten. Bovendien vonden ze steun bij elkaar: ‘Laat je niet ontmoedigen indien je niets hoort van de literaire bladen, schrijf “gewoon” verder als dat is wat je moet doen.’

Ter Braaks toespraak over de vrijheid

In 1935 sprak Menno ter Braak op het Congrès International des Écrivains pour la Défense de la Culture. Hij publiceerde twee verslagen van het congres, maar zijn in het Frans gehouden toespraak ontbreekt in het Verzameld Werk. Die wordt hier met een uitvoerige inleiding van Jacob Boas voor het eerst afgedrukt, in de Nederlandse vertaling van Floor Borsboom.

Friedl Roth: een leven in de schaduw

Over het leven van schrijver-journalist Joseph Roth (1894-1939) is veel geschreven, maar over zijn echtgenote Friederike (Friedl) Roth-Reichler (1900-1940) is maar heel weinig bekend. Wie was de vrouw van de gevierde auteur? Waarom geeft Roth-biograaf Wilhelm von Sternburg het hoofdstuk dat hij aan hun huwelijk wijdt de titel ‘Die große Lebenstragödie’? Femke Foppema schetst een tragisch portret.

En verder:
Hans Vervoort over het raadsel Bas Veth
Zelden heeft een boek zoveel opschudding verwekt als Bas Veths in 1900 gepubliceerde Het leven in Nederlandsch-Indië, waarin hij getuigde van zijn haat voor alles wat de kolonie hem geboden had in de twaalf jaar dat hij er verbleef als handelaar in ongeregeld goed. Niets deugde in de kolonie. De natuur was lelijk, het voedsel was smurrie, de hitte niet te verdragen, de Indische vrouwen oppervlakkig en berekenend, de koloniale blanke Indischman een patser en een ordinaire schuinsmarcheerder. 

Hans Olink over de Duitse steractrice Carola Neher, de vrouw van de dichter Klabund. Zij speelde o.a. de rol van Polly Peachum in Bertolt Brechts Dreigroschenoper.
Paul Arnoldussen over de in oktober overleden boekhandelaar Ko van Leest.
Jan Paul Hinrichs met de rubriek Schoon & Haaks over nieuwe bijzondere uitgaven.
Jack van der Weide over James Joyce en Herman Heijermans.

Website gebouwd door Intronet/Boas.pro