Het leukste literaire tijdschrift in ons land - 8weekly

De Parelduiker 2014/2

Inhoud

Joseph Roth 75 jaar na zijn dood

In 2014 wordt herdacht dat Joseph Roth, schrijver van Radetzkymarsch en Die Legende vom heiligen Trinker, 75 jaar geleden, op zaterdag 27 mei 1939, is gestorven. In Nederland gebeurt dat op 19 mei in de Amsterdamse Stadsschouwburg waar een keur aan nationale en internationale coryfeeën onder aanvoering van Johan Simons een hommage brengen. In café Scheltema aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam wordt op 27 mei door Geert Mak een plaquette onthuld. Roth dronk er graag een glas met zijn vrienden-journalisten. Op 18 mei leidt Els Snick in EYE de film Joseph Roth’s Grosse Welt-Bioskoptheater van Hans Keller in. Zij vertaalde ook de bundeling journalistieke stukken en brieven van Roth, Hotelmens. – In De Parelduiker bespreekt Snick de problematiek rond de literaire nalatenschap van Joseph Roth en put daarbij uit de nooit eerder gepubliceerde correspondentie tussen uitgever Walter Landauer en schrijver-vriend Stefan Zweig. Hans Olink wandelt door Berlijn en probeert erachter te komen hoe Roth zich tot die stad verhield. ‘De onbetwistbare verdienste van de joodse schrijvers voor de Duitse literatuur,’ schreef Roth, ‘ligt in de ontdekking en literaire analyse van het urbanisme. De joden hebben het stedelijk landschap en het zielslandschap ontdekt en beschreven… Ze hebben het koffiehuis en de fabriek ontdekt, de bar en het hotel, de bank en het kleinburgerdom van de hoofdstad, de ontmoetingsplekken van de rijken en de ellendige wijken, de zonde en de laster, de stedelijke dag en de stedelijke nacht, het karakter van de bewoners van de grote steden.’
 
Verder in dit nummer:
Wim Huijser over Gust Gils’ Muzeum voor Kleine Kurioziteiten, waarin bijdragen te bewonderen zijn van Willem Frederik Hermans, Lucebert, Hugues C. Pernath, Paul Snoek en C.B. Vaandrager.
Kees Merckx over Karel ńĆapek en het 9de Internationale PEN-congres in Den Haag (1931).
Theo van der Meer over P.J. Meertens (meneer Beerta uit J.J. Voskuils Het bureau) en diens gefnuikte leraarschap in Doetinchem. ‘O Doetinchem’, noteerde hij na zijn vertrek uit die stad, ‘als ik mijn ogen sluit ben ik er weer, ruik ik de scherpe geur der dennenaalden, hoor ik de jongens op Ruimzicht zingen in de stille avond. O, hoe zal ik dat alles ooit kunnen vergeten.’
Mieke van den Berg over de stroeve verhouding tussen Hans Warren en Ida Gerhardt, aan de hand van hun correspondentie. ‘Maar helaas, ik kèn dat gruwelijke wereldje van Beurskens en Goedegebuure c.s. maar al te goed. Ze zijn míj ook niet best gezind, dat snapt u wel!’ schreef Warren aan Gerhardt.

Tekening omslag: Peter van Hugten

Website gebouwd door Intronet/Boas.pro